In 1827 beginnen wij de geschiedenis van Brouwerij De Koninck wanneer Joseph Henricus De Koninck op 26 juni afspanning 'De Plaisante Hof' gelegen op de grens tussen Antwerpen en Berchem aankoopt. Op die plek stond een stenen grenspaal met een gebeeldhouwde hand. Deze grenspaal vindt u vandaag nog tegenover Brouwerij De Koninck, op de hoek van het Prins Albertpark en de Albertlei.
Joseph Henricus De Koninck sterft vrij jong en zijn weduwe, Elisabeth Cop hertrouwt in 1833 met natiebaas Johannes Vervliet. Deze beslist om de afspanning om te bouwen tot een brouwerij onder de naam "Brouwerij De Hand" naar de afbeelding op de grenspaal. De hand wordt vanaf dan vereeuwigd in het logo van de brouwerij.
In 1845 na het overlijden van Johannes Vervliet neemt Carolus De Koninck, oudste zoon uit het eerste huwelijk van Elisabeth Cop, het bedrijf over. Toen hij stierf in 1883 kwam de leiding over de brouwerij achtereenvolgens in handen van zijn zoon François Joseph De Koninck en zijn dochter Josephina Joanna De Koninck. Gestaag zette de groei zich door en steeg de verkoop.
De populariteit van lage gisting (pils-type), de strengere vergunningsplicht en beide wereldoorlogen zullen echter een vernietigende invloed hebben op de brouwnijverheid. In 1912 wordt "Brouwerij De Hand" omgevormd tot een naamloze vennootschap "Brasserie Charles De Koninck Sociéte Anonyme." met als zaakvoerder Florent van Bauwel. Deze zoekt na de eerste Wereldoorlog voor het heropstarten van de brouwerij hulp bij Joseph Van den Bogaert.
Joseph Van den Bogaert stamt uit een bekende brouwersfamilie uit Willebroek en heeft als afgestudeerde aan de landbouw- en brouwerijschool van Leuven de nodige technische kennis voor de nieuwe brouwerij.
Met het duo Van Bauwel-Van den Bogaert begint de spectaculaire uitbouw van het bedrijf.
In 1949 doet Modeste, de zoon van Joseph Van den Bogaert, zijn intrede in de brouwerij. Hij zal het bedrijf meer dan 50 jaar leiden.